Publieksprogrammering en projecten

Ook in 2018 organiseerde het IHC een flink aantal publieksprogramma's, lezingen en (boek)presentaties voor publiek, stakeholders en professionals uit het veld. Met verdiepende programma’s waarbij we kritisch reflecteren op het koloniale verleden en de huidige betekenis daarvan in onze huidige maatschappij, staan we middenin de actualiteit. 

Onze programma’s gaan over de actuele betekenis van het koloniale verleden en de invloed daarvan op mensen en samenlevingen. We maken cross-overs tussen kunst, wetenschap, literatuur, theater en film. Samen met diverse samenwerkingspartners uit de wetenschappelijke, museale en culturele sector – zoals Het Scheepvaartmuseum, NIOD, Tong Tong, Haags Historisch Museum, World Cinema Festival, Het Tropenmuseum, KITLV, Amsterdam Museum en Riboet Verhalenkunst – maakt het IHC eigentijdse en inhoudelijke programma’s over de impact van oorlog, kolonialisme en migratie. Toen en nu. 

Inspireren, verrijken en verdiepen: een venster op de wereld
Suzanne Rastovac, inhoudelijk programmamaker en projectcurator Huizen van Aankomst: ‘Met onze programmering willen we mensen inspireren voorbij de eigen kaders en denkbeelden te kijken. Jouw eigen verhaal te zien als onderdeel van een veel groter verhaal. Publiek willen wij verrijken met kennis en inzicht. Het IHC is een publieks- en op samenwerking gerichte organisatie met als kerntaak het levend houden van een wereldgeschiedenis en de impact hiervan op mens en samenlevingen. Publiek en stakeholders uit het veld spelen hierbij een centrale rol. Publieksprogrammering vormt een essentieel middel om te reflecteren op de geschiedenis en deze te duiden in relatie tot een veranderende wereld en samenleving. Door uitwisseling van kennis, inzichten en een diversiteit aan perspectieven houden we de bewogen geschiedenis levend, actueel én relevant voor een breed publiek. Dat dit soms schuurt of botst hoort bij het betekenisgeven van deze geschiedenis in een wereld die niet stilstaat.

Het is essentieel dat een breed publiek zich ook onderdeel voelt van deze koloniale erfenis die ons allen aangaat. Dit bereiken we enerzijds door inhoud in eigentijdse vormen naar een breed publiek te brengen. Denk daarbij aan verbindingen met kunstenaars, wetenschappers en designers. En daarnaast interessante samenwerkingen verkennen en aangaan met diverse musea, instellingen en partijen waarmee er inhoudelijk of thematische raakvlakken zijn. Op die manier ontstaan er vaak heel verrassende samenwerkingen waarmee je elkaar inhoudelijk echt verrijkt. Onze publieksprogrammering activeert en verbindt. Het vergroot de toegankelijkheid en relevantie van het IHC. Bovendien speelt het een belangrijke rol als het gaat over beeldvorming ten aanzien van ons verleden. En beeldvorming is weer van invloed op hoe wij ons dit verleden collectief herinneren.'

Naast onder meer de Indische Salons, de jaarlijkse Vrijheidsmaaltijd op 5 mei en de jaarlijkse Indiëlezing, stond 2018 qua programmering ook in het teken van onze pittige reeks ‘Gepeperd Verleden’.

Suzanne Rastovac, inhoudelijk programmamaker en projectcurator Huizen van Aankomst.

Gepeperd Verleden

In 2018 startte het IHC met Gepeperd Verleden, een programmareeks rondom de actuele thema’s dekolonisatie, verzet, migratie, racisme en slavernij. Tijdens vijf bijeenkomsten ging panel en publiek met elkaar in gesprek over deze  actuele onderwerpen die soms voor pittige discussies zorgden. Vanwege het succes en de behoefte aan vervolg gaat Gepeperd Verleden ook in 2019 een verder in de vorm van verdiepende seminars. Volg onze website voor meer info.

De kickoff van Gepeperd Verleden geeft een indruk van de opzet en inhoud van deze programmareeks.

De recap video van Gepeperd Verleden geeft een goede indruk van het programma en de pittige onderwerpen die aan bod zijn gekomen.

Bijzonder Hoogleraar Remco Raben: ‘Ik vond het een schitterende reeks debatten, waarmee het IHC naar mijn mening zijn nek uitstak. Niet iedereen zit te wachten op een kritische houding jegens het koloniale verleden. Evenmin is het in Indische gemeenschappen gebruikelijk om over racisme of slavernij te spreken – terwijl die ook onlosmakelijk in de Indische geschiedenis zijn verankerd. Er was in de debatten ook ruimte voor verschillende stemmen, wat goed was. Het is heel goed om dergelijke thema's te blijven agenderen. Het laat zien dat de actuele thema's van debat in de samenleving ook relevant zijn voor de Indische gemeenschap. Juist omdat die uit het koloniale verleden voortkomt, kan en moet deze gemeenschap over de verschillende gevoelige kanten van dat verleden meepraten. In alle openheid en respect.’


“this is only the beginning of an ongoing conversation as we try to understand how together we can create a more productive ‘samenleven’ while at the same time giving voice to dissonance. To a little bit of pepper. Because doing that is also a way of moving forward.”- Wayne Modest, Hoofd Research Center of Material Culture, tijdens Gepeperd Verleden #1 Kleur Bekennen, over de rol die Indische en Molukse communities kunnen spelen in actuele debatten.
 


Armando Ello en Lara Nuberg trokken voor Gepeperd Verleden het land in om mensen te interviewen over onderwerpen als dekolonisatie, migratie en racisme.

Reporters: Lara & Armando

Reporter Lara Nuberg en videograaf Armando Ello trokken voor Gepeperd Verleden het land in om meningen te verzamelen. De interviews die zij maakten vormden vast onderdeel van de bijeenkomsten van Gepeperd Verleden, en gaven stof tot nadenken en discussie. Hoe kijken zij terug op Gepeperd Verleden?

Lara 

Jij bent samen met Armando het land in getrokken om mensen te interviewen voor Gepeperd Verleden. Welk interviews staat jou het meest bij en waarom? 
‘De ontmoeting met een ouder Indisch echtpaar in Apeldoorn. Die mevrouw was al eind tachtig, haar man begin negentig. Zij was een heel pittig tantetje dat heel goed haar antwoorden klaar had en mij – althans dat is mijn gevoel – wel even wilde laten weten hoe goed ze zich had weten te redden in Nederland. Nooit had ze problemen ervaren, ze was altijd voor haar gezin opgekomen en nu was iedereen succesvol, met goede banen. Eigenlijk zei ze: ‘Racisme? Slavernij? Migratie? Dat gaat niet over ons hoor!’ Echter, onder de oppervlakte van alle antwoorden die ze gaf, proefde ik toch een bepaald soort pijn en wrok. Zo stelde ze bijvoorbeeld heel overtuigd dat ze nooit racisme had ervaren, maar noemde vervolgens toch twee voorbeelden waarvan ik dacht: goh... als dat geen racisme is dan weet ik het ook niet. Hetzelfde gold voor haar verhaal over dat Nederland de bevrijding viert op 5 mei, terwijl zij toen nog midden in een oorlog zat. Ze vertelde me dat ze ieder jaar op 4 mei om 20.00 met haar zus belt die in het verzet zat in Indië om samen te huilen. Het voelt als een gebrek aan erkenning voor de verzetsdaden van haar zus, maar ook van het oorlogsleed, dat Nederland zo makkelijk over het feit heen stapt dat de mensen in Indië op 5 mei 1945 nog in een oorlog zaten. Over Nederlanders zei ze: ‘Die weten niks van ons verleden, het enige waar ze zot op zijn is ons eten.’ Op de een of andere manier vond ik haar houding zo typisch Indisch – zo typisch eerste generatie. Die mensen hebben hard gewerkt en vaak hun hoofd gebogen zodat hun kinderen een makkelijker leven zouden hebben in Nederland. Het is dan heel makkelijk om te zeggen: zie je, het is gelukt! En dat is ook wat de meeste mensen doen. Hun verdriet of hun verontwaardiging mag niet benoemd worden, maar als je goed luistert proef je het door veel antwoorden heen. Volgens mij kunnen wij daar als jongere generaties veel van leren.’ 

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat we in gesprek te gaan over de thema's die in Gepeperd Verleden aan bod zijn gekomen en waarom?
‘Ik vind het heel belangrijk. Ik denk dat veel Indische mensen te lang in een verhaal hebben geloofd dat het zelfbeeld zo min mogelijk uitdaagde. Het is natuurlijk heel makkelijk om te zeggen: ‘Kijk, ik ben Nederlands want mijn opa was een Hollander en ik heet Kneefel, Vogel of Portier’, en om vervolgens heel hard het Wilhelmus mee te zingen. Ik snap dat dat een soort overlevingsstrategie was voor de eerste generatie, maar de tweede, derde en vierde generatie zou die stelling wat mij betreft meer mogen uitdagen. Als wij, als Indische mensen, zo Nederlands zijn: waarom maakt onze geschiedenis dan nauwelijks deel uit van het Nederlandse geschiedenisonderwijs? Waarom weten mensen dan nog steeds niet het verschil tussen een Indo en Indonesiër? En waarom moet ik dan nog altijd uitleggen waar ik mijn exotische tintje vandaan heb? De Indische geschiedenis is wat mij betreft nog altijd te weinig verankerd in het Nederlands collectief geheugen. Daarnaast vind ik ook dat Indo's zichzelf wat meer zouden mogen uitdagen met betrekking tot de vraag waarom ze in Nederland zijn terecht gekomen. Te vaak nog wordt – met name door de eerste generatie – Indonesiërs van van alles verweten: ze waren agressief, bloeddorstig, Soekarno was een schurk. Tsja... daarmee ga je volgens mij nogal voorbij aan het feit dat Nederland zelf zich 350 jaar nogal schurkachtig heeft gedragen. Bovendien vertraag je het proces om vrede te hebben met de geschiedenis als je blijft geloven in een prachtige kolonie die is verpest door nationalisten. Ik denk dat het goed is om stil te staan bij het idee dat die mooie kolonie slechts voor een kleine groep mensen bestaan heeft – met name voor witte mensen en Indo-Europeanen. What about de oorspronkelijke inwoners van Indonesië? Waar stonden zij in dat tijdperk van koloniale pracht? En hoe reageerde Nederland op de roep vanuit met name Javaanse intellectuelen vanaf begin twintigste eeuw? En wat was de reactie van Nederland na 17 augustus 1945? Als je de antwoorden op die vragen weet, wordt het veel logischer dat Indonesië zo graag onafhankelijk wilde zijn en waarom er voor Indo's dus geen plek meer was in het nieuwe Indonesië.’

Hoe hoop je dat de discussies zich in de toekomst voort zullen zetten?
‘Ik hoop dat de discussies breder gevoerd worden en zullen leiden tot antwoorden op de vraag op welke manier we ons verleden een plek geven. Blijven we onze kinderen tot in de eeuwigheid vertellen over de Gouden Eeuw? Of is de tijd aangebroken voor een evenwichtiger beeld? Ik denk dat dat laatste belangrijk is, ook als je een gelijkwaardige wereld wilt creëren.’

Welke rol zie jij hierin weggelegd voor het IHC?
‘Ik vind het heel goed dat het IHC een programmering biedt die het sprookje van die mooie kolonie uitdaagt. Zoals ik al eerder zei: volgens mij helpen we er uiteindelijk helemaal niemand mee om te blijven zwijmelen over dat mooie verleden aan de kali met de baboe en de djongos. Het was een oneerlijke tijd en daarom is hij voorbij. Men mag natuurlijk zijn herinneringen houden, maar als die herinneringen constant worden gebruikt om kolonialisme te rechtvaardigen, dan zijn we volgens mij verkeerd bezig. Ik ben heel blij dat het IHC die discussie dus aan gaat.’ 
Hoe hoop jij een bijdrage te kunnen leveren? ‘Op talloze manieren natuurlijk! Via mijn blog en het boek waar ik aan werk. Maar ik hoop vooral ook nog vaker met het IHC en met natuurlijk Armando te mogen werken. Reportages maken, gesprekken leiden, columns schrijven. Er valt nog zoveel over deze onderwerpen te praten en na te denken. Ik denk dat daar ook een grote behoefte aan is.’ 



Lara en Armando interviewen mensen uit de Indische en Molukse gemeenschap, erfgoed- en museumprofessionals en mensen op straat.

Armando

Welk van de interviews/ontmoetingen staat jou het meest bij en waarom?
‘Alle interviews staan mij haarscherp bij, omdat ik ze meermalen bestudeer voor de video edits. Wat mij opvalt is dat de mensen die we in Amsterdam interviewden nogal woke zijn ten opzichte van andere steden. De oudere vrouw uit Overijssel die best wel geïrriteerd reageerde op Lara’s vragen herinner ik me nog goed. Ze sprak zichzelf voortdurend tegen. Iemand anders wilde een vraag niet beantwoorden omdat ze ‘iets tegen activisme’ had. Ze ontweek de vraag en durfde haar eigen mening niet te uiten. Net zoals die meneer die wegliep tijdens de live discussie [was dit tijdens Gepeperd Verleden?]. Ik vind het jammer als mensen weglopen, want dan ga je dus de discussie niet aan. Dat is ook een manier van zwijgen, en dat willen we juist doorbreken.’

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat we in gesprek te gaan over de thema's die in Gepeperd Verleden aan bod zijn gekomen en waarom?
‘Ik vind het belangrijk om mee te gaan in het veranderende gedachtengoed in Nederland over de koloniale periode en de nawerkingen daarvan. Het gesprek daarover is momenteel gaande. Wat voor mij belangrijk blijft is dat we bij gespreksbijeenkomsten als Gepeperd Verleden niet louter preken voor eigen parochie.’


Hoe hoop je dat de discussies zich in de toekomst voort zullen zetten?
‘Ik hoop dat de discussie nog breder wordt getrokken. Naar meer inclusiviteit en verbinding. Ik denk ook dat we, door het maken van vergelijkingen met andere historische koloniale geschiedenissen, kunnen blijven leren hoe we anno nu kunnen omgaan met onze medemens en inzicht krijgen welke historische bagage verschillende mensen met zich mee kunnen dragen.’ 

Welke rol zie jij hierin weggelegd voor het IHC?
‘Om deze discussies in beeld te brengen in welke vorm dan ook, zodat die niet alleen binnenskamers blijven maar potentieel duizenden anderen kunnen bereiken. Bijvoorbeeld via social media.’ 
Hoe hoop jij zelf een bijdrage te kunnen leveren? ‘Door mijn fotografie- en video skills in te zetten en daarmee de missie en visie van het IHC te ondersteunen.

Vast Gepeperd Verleden panellid: Ricci Scheldwacht 

Ricci Scheldwacht was vast panellid tijdens Gepeperd Verleden. Wat waren zijn ervaringen? 

Jij was vast panellid tijdens Gepeperd Verleden. Hoe kijk je terug op deze reeks?
‘Met genoegen. Er kwamen veel mensen aan het woord, waarbij vooral de jongere generatie van zich deed spreken.’

Had je vooraf verwachtingen?
‘Niet zozeer verwachtingen. Wel de hoop om ook van anderen het antwoord te krijgen op de vraag waarom Indo’s zo afwezig te zijn in het racismedebat, zoals Theodor Holman in zijn column zich afvroeg. Die column van Holman en een discussie daarover op de Tong Tong Fair tussen Wim Manuhutu, Moesson-hoofdredacteur Marjolein van Asdonck en mijzelf stonden aan de basis van deze debatreeks. Ik had daar wel mijn gedachten over en die zijn door deze debatreeks wel bevestigd.’

Wat heb jij het meest meegenomen uit de discussies?
‘De interessantste thema’s vond ik migratie, racisme en dekolonisatie. Migratie, omdat dat thema voor de meeste verbinding kan zorgen, als we ons allemaal realiseren dat migratie iets van alle tijden is. Veel mensen zien migratie als een van de grote problemen van deze tijd, maar onze wereld van nu zou zonder migratie niet eens bestaan. De thema’s racisme, dekolonisatie en slavernij zijn een splijtzwam in de samenleving. Daarmee wil ik niet zeggen dat ze onbesproken moeten blijven. Maar door de manier waarop het debat nu plaatsvindt, lijken groepen eerder verder van elkaar af te komen staan dan nader tot elkaar te komen. Ik zie het als een mooie opdracht als deze debatreeks die kloof wat kleiner kan maken. Mijn eigen belang – de reden dat ik hieraan mee doe – is dat het Indische verhaal van mijn opa’s en oma’s in de discussie niet ten onder gaat. Wat me van de bijeenkomsten vooral is bijgebleven is dat de kloof tussen het vaste publiek van het Indisch Herinneringscentrum en de nieuwste generatie, die zich flink roert in het dekolonisatiedebat, best groot is. Die groep maakt van het dekolonisatiedebat een zwart-wit discussie tussen goed en fout, tussen enerzijds Nederland – de Hollanders, zou de oudere generatie zeggen – en Indonesië en de Indonesische slachtoffers. Het gevolg daarvan is dat het ten koste gaat van het Indische verhaal, de positie van de Indo’s, en de reden waarom onze opa’s en oma’s naar Nederland zijn gekomen. Daarom blijf ik graag aanschuiven om dat te benadrukken.’

Wat zie je graag gebeuren in het vervolg van Gepeperd Verleden?
‘Na afloop merkte ik dat een groot deel van het publiek het niet altijd eens is met wat er door de sprekers op het podium wordt gezegd. Het zou mooi zijn als dat ook meer tijdens de debatten zou blijken. Nu werd wel daartoe een poging gedaan met de stemkastjes, maar er zou meer interactie tussen de generaties (de zaal en het podium) mogen zijn.’

Indische Vrijheidsmaaltijd: Ritme van Vrijheid, 5 mei 2018 i.s.m Amsterdam Museum en 4 5 mei Amsterdam

Elk jaar vinden door heel Amsterdam op 5 mei Vrijheidsmaaltijden plaats, op initiatief van Stichting 4 5 mei Amsterdam. In 2018 verzorgde het IHC voor de derde maal een Indische Vrijheidsmaaltijd, waarbij Indische thema’s gekoppeld worden aan 5 mei. Dit jaar vond de Indische Vrijheidsmaaltijd plaats in het Amsterdam Museum, tegen de achtergrond van de tijdelijke expositie ‘50 jaar Paradiso’. 



Curator Annemarie de Wildt van het Amsterdam Museum over de samenwerking
: "De samenwerking zorgde voor een interessant focus in het kader van onze Paradiso tentoonstelling: op welke manieren manifesteerden Molukse muziekgroepen, muzikanten en activisten met Indische roots zich in Paradiso in de bewogen jaren '80? Zowel het rondlopen met mensen door de tentoonstelling als het programma met verdieping, verhalen en muziek in het restaurant waren heel interessant en voegden echt iets toe aan de verhalen die we al verzameld hadden.

De vrijheidsmaaltijden geven een goede inhoudelijke context: kijken naar onze gezamenlijke geschiedenis, gelukkig ook buiten alleen maar de kaders van WOII. Het idee om onderdeel te zijn van een enorm scala aan interessante ontmoetingen door heel Amsterdam is ook fijn.

Ik heb genoten van de middag, voor mij was het een openbaring om te ontdekken hoeveel invalshoeken er in de tentoonstelling zaten van Ernst Jansz van Doemaar en Molukse bands tot de ‘Volksopera’ die opgevoerd werd in Paradiso op de dagen dat er een einde kwam aan de treinkaping. Maar ook de mooie muziek, interessante verdieping en verhalen en fijne ontmoetingen waren bijzonder."

 

 

Indiëlezing; ‘Oorlog en herinnering’
• 10 maart 2018 • samenwerking van Stichting 4/5 mei comité Amsterdam Zuidoost en IHC • gefaciliteerd door de Openbare Bibliotheek Amsterdam • 260 bezoekers •

De zevende Indiëlezing – een initiatief van 4 5 mei Comité Amsterdam Zuidoost – had als thema oorlog en herinnering. Hoofdspreker Reggie Baay, schrijver en onderzoeker, kwam spreken over dit thema aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis en laatste boek. Centraal stonden de effecten van oorlogen, waarvan de laatste al bijna zeventig jaar achter ons ligt, maar die nog steeds bij velen hun invloed uitoefenen. ‘Ik besef dat het een illusie is te denken dat een mens ongeschonden blijft als de generatie voor hem deelgenoot is geweest van een ellendige oorlog, of, zoals veel mensen uit Indië, van twee elkaar opvolgende ellendige oorlogen,’ aldus Baay. Een filmfragment uit de documentaire ‘Vrijwillig voor het vaderland’ vormde een visuele ondersteuning van de lezing, en het duo duo Young Released omlijstte de middag muzikaal met hun uitvoeringen van Bengwan Solo en Blue Bayou. Nancy Jouwe ging afsluitend met met Sylvia Pessireron, Murjani Kusumobroto en Reggie Baay nader in gesprek over het thema. Het was een geslaagde bijeenkomst. 

Een uitgebreid verslag van de zevende Indiëlezing, leest u hier


Schrijver Reggie Baay sprak tijdens de zevende Indiëlezing.


Nancy Jouwe in gesprek met Sylvia Pessireron, Murjani Kusumobroto en Reggie Baay tijdens de zevende Indiëlezing.

Een Indische Skyline

Op 7 maart 2018 werd op de Sophiahof het boek ‘Een Indische skyline’ van Fridus Steijlen gepresenteerd. IHC-directeur Yvonne van Genugten ging naar aanleiding van het boek in gesprek met Moesson’s Geert Onno Prins en Siem Boon van de Tong Tong Fair. Het was een geslaagde middag met 150 bezoekers. 

Vluchten of repatriëren

Op 10 maart 2018 organiseerde het IHC in samenwerking met Stichting Madjoe Dua Utrecht en Scarabee Films ondersteund door het vfonds de Indische Salon ‘Vluchten of repatriëren’ in Woonzorgcentrum Rosendael in Utrecht. Tijdens de salon werd naar aanleiding van fragmenten van de film ‘Klanken van oorsprong’ van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich via een paneldiscussie ingegaan op de vraag: was er sprake van vluchten of repatriëren? 

U bent hier