Leerstoel IHC

Sinds 2015 draagt het IHC bij aan de bijzondere leerstoel Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis aan Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

De leerstoel, die sinds 2015 bekleed wordt door bijzonder hoogleraar Prof.dr Remco Raben, richt zich zowel op wetenschappelijk onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, de Indische gemeenschap vanaf 1900 tot heden en de postkoloniale herinneringscultuur in de naoorlogse periode, als op onderwijs op het gebied van koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis met de focus op de dynamiek van herinnering en cultuurtransfer onder invloed van migratie, repatriëring en globalisatie. De leerstoel draagt via onderzoek en onderwijs bij aan een beter begrip van de betekenis van het koloniale verleden in de huidige en toekomstige Nederlandse samenleving.

In 2017/2018 gaf u als bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis de collegereeks 'Kolonie en postkolonie: Indië als ervaring en herinnering'. Kunt u daar iets meer over vertellen? Hoe belangrijk en relevant is die ervaring en herinnering anno 2019? Was er veel belangstelling voor dit onderwerp vanuit studenten?
‘Die cursus heb ik een paar jaar gegeven. Er was veel belangstelling voor. Het opvallende was dat minstens de helft, vaak meer, van de studenten een familiegeschiedenis in Indonesië had. Opvallend was ook dat de studenten er eigenlijk weinig van wisten maar er wel heel nieuwsgierig naar waren. Een typisch geval van de 3e of 4e generatie dus. Eigenlijk was die cursus (onbedoeld) op maat gesneden, omdat studenten zowel de persoonlijke herinnering als de meer brede geschiedlijnen probeerden te combineren. En fictie. Het leuke aan de cursus was dat het studenten trok uit heel verschillende studierichtingen: geschiedenis, literatuurwetenschappen, filosofie en meer. De bedoeling was om niet alleen iets over de geschiedenis van, zeg maar de jaren dertig tot vijftig in koloniaal en postkoloniaal Indonesië te leren, maar ook te kijken welke bronnen van kennis we over deze periode bezitten en welke haken en ogen er aan die bronnen zitten. Een voorbeeld: romans kunnen ook inzicht in deze periode verschaffen, maar natuurlijk moeten we die anders ‘lezen’ dan concrete archiefbronnen of persoonlijke memoires. Om het nog ingewikkelder te maken hanteerden we tijdens de colleges ook nog verschillende perspectieven: koloniaal, Indonesisch, Indo-Europees, en mogelijk nog andere perspectieven. Daarmee leerden de studenten nadenken over wie de geschiedenis vertelt en wat dat over ons of andermans geschiedbeeld zegt. Dat lijkt me heel relevant voor nu. Ik merk dat deze generatie meer openstaat voor verschillende perspectieven en behoefte heeft om de familieverhalen in te bedden in een breder inzicht over de geschiedenis.’

Tijdens de vijfde en laatste editie van de IHC programmareeks rondom de thema's dekolonisatie, verzet, migratie, racisme en slavernij verzorgde u een inhoudelijke inleiding over het thema dekolonisatie en was u ook panellid tijdens de discussie. Hoe kijk u terug op deze bijeenkomst? Hoe belangrijk is het – volgens u - voor het IHC om deze thema's op de agenda te zetten en hierover in gesprek te gaan?
‘Ik vond het een schitterende reeks debatten, waarmee het IHC naar mijn mening zijn nek uitstak. Niet iedereen zit te wachten op een kritische houding jegens het koloniale verleden. Evenmin is het in Indische gemeenschappen gebruikelijk om over racisme of slavernij te spreken – terwijl die ook onlosmakelijk in de Indische geschiedenis zijn verankerd. Er was in de debatten ook ruimte voor verschillende stemmen, wat goed was. Het is heel goed om dergelijke thema's te blijven agenderen. Het laat zien dat de actuele thema's van debat in de samenleving ook relevant zijn voor de Indische gemeenschap. Juist omdat die uit het koloniale verleden voortkomt, kan en moet deze gemeenschap over de verschillende gevoelige kanten van dat verleden meepraten. In alle openheid en respect.’

Als lid van de klankbordcommissie bent u ook betrokken als adviseur bij de te realiseren tentoonstelling Vechten voor Vrijheid die in 2019 in Museum Sophiahof te zien zal zijn. Wat vindt u hierin belangrijke onderwerpen en thema's en hoe ziet u uw rol/bijdrage als adviseur aan deze expo?
‘Ik heb met het plan meegelezen en er commentaar op geleverd. Ik ben er te marginaal bij betrokken geweest om mijn bijdrage te kunnen bepalen. Ik was wel kritisch op bepaalde perspectieven, vooral op de definiëring van verzet en de afwezigheid van bepaald Indonesisch verzet tegen de Japanners. Daar heb ik suggesties voor gedaan. Ik vind het belangrijk dat de tentoonstelling laat zien dat verzet ook verzet tegen de Nederlandse overheersing kan betekenen en dat zo’n tentoonstelling probeert verschillende groepen in beeld te brengen in een poging om uit een te strak Nederland-centrisch kader te stappen.’


Prof.dr. Remco Raben bekleedt de bijzondere leerstoel Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis aan Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam

Lees hier de column waarmee Prof.dr. Remco Raben de programmareeks Gepeperd Verleden besloot.

U bent hier